De Nederlandse onderzoekers die onderzochten hoe de diagnoses van het tarsaal-tunnelsyndroom tot stand komen, roepen nu op om te komen tot duidelijke, evidence-based richtlijnen hiervoor. Die onderzoekers zijn verbonden aan het UMC Utrecht, St. Franciscus Gasthuis Rotterdam en ZGT Twente. Ze brachten in kaart welke diagnostische methoden artsen gebruiken. Daarvoor bestudeerden ze 82 studies, waarin in totaal 4213 volwassen patiënten aan bod komen.
Meest gebruikte test: Tinel
Een diagnose begint bij veel artsen met het beoordelen van klinische klachten. Daarnaast blijken ze het vaakst gebruik te maken van ‘provocatietesten’, waarbij de arts de voet beweegt. Deze testen komen in 94 procent van de studies voor. In 41 procent van de studies waren deze testen een vereiste voor de diagnose. De provocatietest ‘Tinelteken’ komt het meest voor (in 89 procent van de studies). Daarbij tikt de arts lichtjes op de zenuw om een ‘elektrisch gevoel’ op te wekken.
Overeenstemming over diagnosemethodiek is nodig
De gevoeligheid (sensitiviteit) van provocatietesten, elektrodiagnostisch onderzoek en echografie liep sterk uiteen tussen de studies. Door het ontbreken van een vaste standaard kan de diagnose TTS per zorgverlener verschillen. Het is daarom nodig om te komen tot standaardisatie van de diagnose, concluderen de onderzoekers.
Boers N, Haverkamp M, Eligh AM, Cabezas MC, Coert JH, Rinkel WD. Differences in Diagnosing Tarsal Tunnel Syndrome Across the Literature: A Systematic Review and a Call for Standardization. JBJS Rev. 2026 Feb 9;14(2):e25.00222. doi: 10.2106/JBJS.RVW.25.00222. PMID: 41662474; PMCID: PMC12875632.


