Waarschijnlijk hebben wereldwijd meer dan 35 miljoen mensen een prothese nodig. De meeste van hen wonen in relatief arme landen. Daar kan zich maar een op de tien mensen een prothese veroorloven. Van der Stelt ontwikkelde een manier om met een scanner en een 3D-printer makkelijker en daarmee goedkoper protheses te maken. Ze promoveerde dit najaar in het RadboudUMC op haar onderzoek.
Stage
Merel van der Stelt kwam tijdens haar studie aan de Universiteit Twente voor een stage terecht in het Masanga-ziekenhuis in het West-Afrikaanse Sierra Leone. Het ziekenhuis had al een 3D-printer. Van der Stelt nam een 3D-scanner mee. In Sierra Leone hebben relatief veel mensen een amputatie ondergaan. Dat komt onder meer door een burgeroorlog, door verkeersongelukken en door vaatschade veroorzaakt door diabetes. Haar opdracht in het ziekenhuis was om het maken van protheses te vergemakkelijken en daarmee goedkoper te maken.
Zo veel mogelijk verschillende stompen
In veel landen worden protheses nog met gips gemaakt. Dat is tijdrovend en specialistisch werk. Een 3D-printer maakt dit eenvoudiger en daarmee goedkoper. De grootste winst zit vooral in de 3D-scanner. Die vergemakkelijkt het maken van het ontwerp. Daaraan besteedde Van der Stelt het grootste deel van haar onderzoek. Ze voedde de computer met zo veel mogelijk verschillende stompen. Nu kan een prothesemaker een stomp scannen. De computer maakt dan een persoonlijk ontwerp voor een koker. Een paar uur later staat die klaar in de printer. De winst zit er met name in dat een prothesemaker minder opleiding nodig heeft. De prijs voor een prothese is nu ongeveer 150 euro, wat nog steeds relatief veel is. De stichting 3D Sierra Leone, die Van der Werf oprichtte, legt 130 euro per prothese bij.


